Gepubliceerd: 04 februari 2017

Rapport Algemene Rekenkamer maakt gehakt van ROMdata!

ROMdata zijn ongeschikt voor beoordeling kwaliteit van hulpverlening en bijgevolg is gebruik van deze data ONRECHTMATIG en in strijd met privacy en medisch beroepsgeheim

In een recent rapport van de Algemene Rekenkamer dd 26-1-2017 over de bekostiging van de curatieve geestelijke gezondheidszorg http://www.rekenkamer.nl wordt de conclusie getrokken dat de verzamelde ROMgegevens niet geschikt zijn om gebruikt te worden voor benchmarking in de GGZ. Dit heeft tot gevolg dat de stichting benchmark GGZ (SBG) met niet-noodzakelijke doorbreking van privacy en beroepsgeheim gegevens verwerkt. Vanwege het feit dat ROMdata niet geschikt zijn voor de beoordeling van de kwaliteit van de hulpverlening ten behoeve van benchmarking, is de niet zinvolle en niet noodzakelijke aanlevering van medische persoonsgegegevens onrechtmatig. De regelgeving over de wettelijk verplichte aanlevering van ROMdata aan SVR/SBG doet niets af aan deze conclusie. Ook die onderliggende regelgeving moet voldoen aan kernwaarden van het privacyrecht zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Eind januari 2017 is een petitie gestart om het aanleveren en verwerken van ROM-informatie te stoppen, nu de Algemene Rekenkamer heeft geconcludeerd dat op basis van ROMdata de kwaliteit van behandelingen niet kan worden vergeleken en daarmee ook niet kan worden gebruikt voor benchmarking. In de petitie staat letterlijk: “Al in 2012 werd door onder meer alle acht kernhoogleraren psychiatrie gewaarschuwd voor grootschalige invoering van deze ROM om de kwaliteit van behandelingen te vergelijken. Daarvoor is het totaal ongeschikt. Dit is nog weer eens bevestigd door een onafhankelijk rapport van de rekenkamer van 26 januari 2017”.

De KDVP wil deze petitie graag ondersteunen. Wij nodigen u van harte uit om de petitie te ondertekenen via deze link: http://stoprom.com 

Voor meer informatie over het standpunt van onze stichting met betrekking tot de onrechtmatigheid van aanlevering en verwerking van medische persoonsgegevens middels het “ROMMEN”, verwijzen wij hier graag zowel naar een artikel dd 3-2-2017 van niet praktiserend huisarts Wim Jongejan als naar onze brief aan Menno Oosterhof als een van de initiatiefnemers van de petitie, waarin wij onze steun geven aan de campagne “stoprom.com”.

Wij willen u vragen om dit bericht met het verzoek de petitie te tekenen naar zoveel mogelijk collega’s door te sturen.

Gepubliceerd: 22 januari 2017

Er is door zorgverzekeraars en NZa nog steeds geen procedure uitgewerkt die het mogelijk maakt om bij afgifte van een privacyverklaring digitaal te declareren zonder dat via het DBC tarief diagnose-informatie wordt verstrekt aan de zorgverzekeraar.

De KDVP heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) herhaaldelijk verzocht handhavend op te treden tegen zorgverzekeraars om alsnog een digitale declaratieprocedure te realiseren waarbij de diagnose niet kan worden herleid uit het gehanteerde tarief.

Omdat de AP het verzoek om handhavend op te treden heeft afgewezen loopt nu een beroepsprocedure bij de rechtbank Amsterdam. De behandeling van dit beroep is op 30 maart 2016 geschorst op verzoek van de AP om de toezichthouder maximaal 6 maanden de tijd te geven om alsnog onderzoek te doen en/of te laten doen naar de nu bestaande, niet effectieve digitale declaratie procedures, bedoeld om gebruikt te worden bij afgifte van een privacyverklaring. Nu, bijna een jaar later, heeft door uitstelgedrag van de toezichthouder nog steeds geen behandeling van deze zaak plaatsgevonden bij de Rechtbank Amsterdam.  Wel hebben zorgverzekeraars in het kader van de lopende beroepsprocedure gesteld dat zij bij afgifte van een privacyverklaring het gedeclareerde bedrag zullen uitbetalen zonder alsnog te vragen naar diagnose-informatie. Dat is om verschillende redenen feitelijk een onhoudbare werkwijze, maar wel een werkwijze die gevolgd kan worden in afwachting van een definitieve regeling.

Daarmee is het voor patiënten/cliënten en zorgverleners in de geestelijke gezondheidszorg nog steeds niet duidelijk op welke wijze bij zorgverzekeraars digitaal gedeclareerd kan worden bij afgifte van een privacyverklaring zonder dat er diagnose-informatie kan worden afgeleid uit het toepasselijke tarief.

Het is aan zorgverzekeraars en NZa - laatstgenoemde had er allang voor kunnen zorgen dat de tarieven die zeer dicht bij elkaar liggen niet langer “DBC specifiek” zijn - om een effectieve digitale declaratieprocedure op te stellen waarmee uitvoering wordt gegeven aan de eerdere uitspraak van het CBb uit 2010.

Nu de bestaande niet-effectieve digitale declaratieprocedures nog steeds niet zijn aangepast, kunnen wij slechts verwijzen naar (privacyproof) tarievenlijsten 2016 en 2017 met niet eenduidig herleidbare tarieven, zoals deze door een collega aan ons zijn toegestuurd.

Hieronder staan beide privacyproof lijsten vermeld:

Tarievenlijst 2016

Tarievenlijst 2017

Gepubliceerd: 05 december 2016

Al enige weken stond vast dat er te Utrecht op 2-12-2016 twee rechtszittingen bij de rechtbank Midden-Nederland zouden plaatsvinden; te weten de zaken UTR 16/4199WBP V93 en UTR 16/3326 WBP V97. Deze beide rechtszaken zijn door Burgerrechtenvereniging Vrijbit aangespannen tegen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

De eerstgenoemde juridische procedure betreft het beroep tegen de Beslissing op Bezwaar van de AP om niet handhavend op te willen treden tegen de onrechtmatige verzameling, verwerking en doorlevering van medische diagnose- en behandelgegevens (DBC’s) in het DIS, die reeds plaatsvindt vanaf 2006. In 2006 had het CBP (nu AP) al aangegeven dat het DIS geen tot personen herleidbare gegevens mocht bevatten. Door koppeling van data uit het DIS met in andere bestanden beschikbare gegevens bleken deze data wel degelijk herleid te kunnen worden tot concrete “personen van vlees en bloed”. Dat heeft de NZa - waar het DIS sinds mei 2015 onder ressorteert - zelf moeten erkennen.

De tweede juridische procedure gaat over de Gedragscode Zorgverzekeraars. De goedkeuring van die gedragscode door het CBP is in de uitspraak van de rechtbank Amsterdam op 13-11-2013 vernietigd. Tot op heden is er geen aan het oordeel van de rechter aangepaste Gedragscode ter goedkeuring voorgelegd aan de AP en worden sinds jaar en dag medische gegevens van burgers dus onrechtmatig verwerkt.

Zoals hierboven al aangestipt stond al weken vast dat beide procedures behandeld zouden worden op 2-12-2016, nadat een eerdere geplande zitting op 30-9-2016 hierover ook al was afgezegd. Op donderdagmiddag, 1-12, heeft het bureau “wrakingen en verschoningen” een mail gestuurd dat mr. R. Praamsma een verzoek tot verschoning had ingediend. Hoewel dit op belangenverstrengeling en/of partijdigheid zou kunnen duiden, is vooralsnog onbekend wat de exacte reden(en) tot terugtrekking is (zijn). Heel opvallend is het feit dat er een inhoudelijk verband is tussen deze rechtszaken en wetsvoorstel 33980. Over dit voorstel van Minister Schippers aangaande verdere uitholling van het medisch beroepsgeheim zal vermoedelijk in december 2016 in de Eerste Kamer worden gestemd.

Hier kunt u het persbericht "Rechtszaken over medische gegevens gaan morgen 2-12 niet door omdat een van de rechters zich vanmiddag wegens partijdigheid heeft teruggetrokken" van Burgerrechtenvereniging Vrijbit (www.vrijbit.nl) vinden.

Lees meer over dit verzoek om verschoning van rechter Praamsma in het artikel van niet praktiserend huisarts W.J. Jongejan getiteld: "Verschoning rechter verklaard in zaken over beroepsgeheim en privacy".

Gepubliceerd: 01 december 2016

Nog steeds zet onze stichting zich ten volle in om te realiseren dat er een werkzame regeling wordt gemaakt voor het digitaal declareren met privacyverklaring zonder dat uit het DBCtarief alsnog de diagnose kan worden afgelezen als patiënt/cliënt en therapeut gebruik hebben gemaakt van de opt-outregeling.

Er zijn naar CBP(nu AP)/ZN/NZa in de afgelopen 3 jaar herhaaldelijk brieven en/of handhavingsverzoeken gestuurd, die successievelijk zijn afgewezen. Daarop heeft de KDVP bezwaar aangetekend en heeft op 9 juli 2015 een hoorzitting plaatsgevonden bij het CBP. Hier kunt u de notitie lezen die de KDVP vorig jaar bij deze hoorzitting heeft ingebracht.

Het CBP heeft na de hoorzitting een Beslissing op Bezwaar genomen en ons bezwaarschrift afgewezen. Wij hebben ons genoodzaakt gezien om tegen deze Beslissing op Bezwaar in beroep te gaan. Hier kunt u ons beroep dd 22-10-2015 lezen. Naar aanleiding van dit beroep was er een rechtszitting gepland op 30-3-2016.

Ondertussen was de NZa in opdracht van de AP gestart met een onderzoek naar de werking in de praktijk van de opt-outregeling, met name naar de mogelijkheid om digitaal te kunnen declareren zonder dat uit het DBCtarief alsnog de diagnose is af te leiden. Omdat op de zitting bleek dat dit onderzoek nog niet was voltooid, heeft de rechter ter plekke besloten om de zitting te schorsen en heeft de NZa tot eind oktober de tijd gekregen om hun onderzoek af te ronden.

Inmiddels is het onderzoeksrapport van de NZa afgerond en zijn de conclusies bekend. In een nieuwe, nadere Beslissing op Bezwaar, die mede is gebaseerd op het onderzoek van de NZa, stelt de AP kort gezegd dat het digitaal declareren met gebruik van privacyverklaring voldoende naar tevredenheid is geregeld en dat zorgverzekeraars altijd bereid zouden zijn om een willekeurig afwijkend tarief uit te betalen.

De KDVP is het niet eens met deze conclusie. Wij hebben dan ook besloten om het eerder ingestelde beroep aan te houden. In tegenstelling tot wat er wordt geconcludeerd in het onderzoeksrapport van de NZa bestaat er nog steeds geen aangepaste, effectieve, digitale declaratieprocedure, waarmee kan worden voorkomen dat uitgaande van een aangepaste tariefstelling - een tarief dat niet hoger mag zijn dan het maximale toepasselijke DBC tarief - diagnostische informatie wordt aangeleverd aan zorgverzekeraars als gebruik wordt gemaakt van de opt-outregeling.

Er is door de NZa en/of ZN geen officieel document gemaakt en verstrekt aan hulpverleners, waarin concreet staat beschreven hoe zorgverleners digitaal kunnen declareren zonder dat tot de diagnose herleidbare informatie wordt aangeleverd bij afgifte van een privacyverklaring. Er is wel een zgn. “dummycode” gerealiseerd die het mogelijk maakt om een via VECOZO gevalideerde declaratie in te dienen zonder dat diagnose-informatie besloten zit in de betreffende declaratiecode.

Maar er is nog steeds geen effectieve regeling ontworpen voor het vaststellen van het declaratiebedrag zonder dat de diagnose kan worden afgeleid uit het toepasselijke DBC tarief en tegelijk ook niet meer wordt gedeclareerd dan het maximale (toepasselijke) DBC tarief. De validatie van de declaratie door VECOZO is op geen enkele wijze verbonden met de acceptatie en uitbetaling van een aangepaste nota opgesteld op basis van een formele, aangepaste tariefstelling/berekeningswijze om herleiding van diagnose-informatie te voorkomen.

De rechtbank Amsterdam heeft ons nog niet bericht wanneer de voortzetting van de beroepsprocedure die is geschorst op 30-3-2016 zal plaatsvinden.

Hier kunt u ons beroep dd 11-11-2016 tegen de nadere Beslissing op Bezwaar van de AP vinden.