Gepubliceerd: 05 december 2016

Al enige weken stond vast dat er te Utrecht op 2-12-2016 twee rechtszittingen bij de rechtbank Midden-Nederland zouden plaatsvinden; te weten de zaken UTR 16/4199WBP V93 en UTR 16/3326 WBP V97. Deze beide rechtszaken zijn door Burgerrechtenvereniging Vrijbit aangespannen tegen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

De eerstgenoemde juridische procedure betreft het beroep tegen de Beslissing op Bezwaar van de AP om niet handhavend op te willen treden tegen de onrechtmatige verzameling, verwerking en doorlevering van medische diagnose- en behandelgegevens (DBC’s) in het DIS, die reeds plaatsvindt vanaf 2006. In 2006 had het CBP (nu AP) al aangegeven dat het DIS geen tot personen herleidbare gegevens mocht bevatten. Door koppeling van data uit het DIS met in andere bestanden beschikbare gegevens bleken deze data wel degelijk herleid te kunnen worden tot concrete “personen van vlees en bloed”. Dat heeft de NZa - waar het DIS sinds mei 2015 onder ressorteert - zelf moeten erkennen.

De tweede juridische procedure gaat over de Gedragscode Zorgverzekeraars. De goedkeuring van die gedragscode door het CBP is in de uitspraak van de rechtbank Amsterdam op 13-11-2013 vernietigd. Tot op heden is er geen aan het oordeel van de rechter aangepaste Gedragscode ter goedkeuring voorgelegd aan de AP en worden sinds jaar en dag medische gegevens van burgers dus onrechtmatig verwerkt.

Zoals hierboven al aangestipt stond al weken vast dat beide procedures behandeld zouden worden op 2-12-2016, nadat een eerdere geplande zitting op 30-9-2016 hierover ook al was afgezegd. Op donderdagmiddag, 1-12, heeft het bureau “wrakingen en verschoningen” een mail gestuurd dat mr. R. Praamsma een verzoek tot verschoning had ingediend. Hoewel dit op belangenverstrengeling en/of partijdigheid zou kunnen duiden, is vooralsnog onbekend wat de exacte reden(en) tot terugtrekking is (zijn). Heel opvallend is het feit dat er een inhoudelijk verband is tussen deze rechtszaken en wetsvoorstel 33980. Over dit voorstel van Minister Schippers aangaande verdere uitholling van het medisch beroepsgeheim zal vermoedelijk in december 2016 in de Eerste Kamer worden gestemd.

Hier kunt u het persbericht "Rechtszaken over medische gegevens gaan morgen 2-12 niet door omdat een van de rechters zich vanmiddag wegens partijdigheid heeft teruggetrokken" van Burgerrechtenvereniging Vrijbit (www.vrijbit.nl) vinden.

Lees meer over dit verzoek om verschoning van rechter Praamsma in het artikel van niet praktiserend huisarts W.J. Jongejan getiteld: "Verschoning rechter verklaard in zaken over beroepsgeheim en privacy".

Gepubliceerd: 01 december 2016

Nog steeds zet onze stichting zich ten volle in om te realiseren dat er een werkzame regeling wordt gemaakt voor het digitaal declareren met privacyverklaring zonder dat uit het DBCtarief alsnog de diagnose kan worden afgelezen als patiënt/cliënt en therapeut gebruik hebben gemaakt van de opt-outregeling.

Er zijn naar CBP(nu AP)/ZN/NZa in de afgelopen 3 jaar herhaaldelijk brieven en/of handhavingsverzoeken gestuurd, die successievelijk zijn afgewezen. Daarop heeft de KDVP bezwaar aangetekend en heeft op 9 juli 2015 een hoorzitting plaatsgevonden bij het CBP. Hier kunt u de notitie lezen die de KDVP vorig jaar bij deze hoorzitting heeft ingebracht.

Het CBP heeft na de hoorzitting een Beslissing op Bezwaar genomen en ons bezwaarschrift afgewezen. Wij hebben ons genoodzaakt gezien om tegen deze Beslissing op Bezwaar in beroep te gaan. Hier kunt u ons beroep dd 22-10-2015 lezen. Naar aanleiding van dit beroep was er een rechtszitting gepland op 30-3-2016.

Ondertussen was de NZa in opdracht van de AP gestart met een onderzoek naar de werking in de praktijk van de opt-outregeling, met name naar de mogelijkheid om digitaal te kunnen declareren zonder dat uit het DBCtarief alsnog de diagnose is af te leiden. Omdat op de zitting bleek dat dit onderzoek nog niet was voltooid, heeft de rechter ter plekke besloten om de zitting te schorsen en heeft de NZa tot eind oktober de tijd gekregen om hun onderzoek af te ronden.

Inmiddels is het onderzoeksrapport van de NZa afgerond en zijn de conclusies bekend. In een nieuwe, nadere Beslissing op Bezwaar, die mede is gebaseerd op het onderzoek van de NZa, stelt de AP kort gezegd dat het digitaal declareren met gebruik van privacyverklaring voldoende naar tevredenheid is geregeld en dat zorgverzekeraars altijd bereid zouden zijn om een willekeurig afwijkend tarief uit te betalen.

De KDVP is het niet eens met deze conclusie. Wij hebben dan ook besloten om het eerder ingestelde beroep aan te houden. In tegenstelling tot wat er wordt geconcludeerd in het onderzoeksrapport van de NZa bestaat er nog steeds geen aangepaste, effectieve, digitale declaratieprocedure, waarmee kan worden voorkomen dat uitgaande van een aangepaste tariefstelling - een tarief dat niet hoger mag zijn dan het maximale toepasselijke DBC tarief - diagnostische informatie wordt aangeleverd aan zorgverzekeraars als gebruik wordt gemaakt van de opt-outregeling.

Er is door de NZa en/of ZN geen officieel document gemaakt en verstrekt aan hulpverleners, waarin concreet staat beschreven hoe zorgverleners digitaal kunnen declareren zonder dat tot de diagnose herleidbare informatie wordt aangeleverd bij afgifte van een privacyverklaring. Er is wel een zgn. “dummycode” gerealiseerd die het mogelijk maakt om een via VECOZO gevalideerde declaratie in te dienen zonder dat diagnose-informatie besloten zit in de betreffende declaratiecode.

Maar er is nog steeds geen effectieve regeling ontworpen voor het vaststellen van het declaratiebedrag zonder dat de diagnose kan worden afgeleid uit het toepasselijke DBC tarief en tegelijk ook niet meer wordt gedeclareerd dan het maximale (toepasselijke) DBC tarief. De validatie van de declaratie door VECOZO is op geen enkele wijze verbonden met de acceptatie en uitbetaling van een aangepaste nota opgesteld op basis van een formele, aangepaste tariefstelling/berekeningswijze om herleiding van diagnose-informatie te voorkomen.

De rechtbank Amsterdam heeft ons nog niet bericht wanneer de voortzetting van de beroepsprocedure die is geschorst op 30-3-2016 zal plaatsvinden.

Hier kunt u ons beroep dd 11-11-2016 tegen de nadere Beslissing op Bezwaar van de AP vinden.

Gepubliceerd: 17 november 2016

Op 14 november 2016 vond in de stadschouwburg van Amsterdam de jaarlijkse uitreiking plaats van de Big Brother Awards 2016. Burgerrechtenbeweging Bits of Freedom organiseerde voor de 12e keer op feestelijke en ludieke wijze de toekenning van de prijzen aan personen, bedrijven en/of overheden, die in het afgelopen jaar inbreuken op privacy hebben bevorderd.

De Big Brother Awards kent een aantal prijzen; voor de expertprijs en de positieve privacyprijs verwijzen we naar de website van Bits of Freedom (www.bof.nl).

De winnaar van de publieksprijs werd door de Nederlandse bevolking uit een drietal genomineerden gekozen en viel dit jaar wederom ten deel aan Edith Schippers. In 2011 is zij ook tot winnaar uitgeroepen op basis van het feit dat ze het omstreden elektronisch patiëntendossier een private doorstart had gegeven, nadat de Eerste Kamer het voorstel om privacyredenen had weggestemd.

Dit jaar heeft de minister de publieksprijs gewonnen vanwege haar wetsvoorstel voor een wijziging in de Wet marktordening gezondheidszorg. Met dit wetsvoorstel wil de minister zorgverzekeraars de mogelijkheid geven om zonder toestemming vooraf van de patiënt inzage te hebben in diens medisch dossier. Doel van dit wetsvoorstel zou het beter kunnen opsporen van fraude zijn. Onderzoek heeft echter aangetoond dat het overgrote deel van fraude helemaal niet door verzekerden zelf wordt gepleegd, maar door zorgverleners en/of tussenpersonen. En daarenboven is geconstateerd dat fraude in de zorg over 2015 slechts 0,015% van het hele budget betrof. Zonder deze wetswijziging was het tot nu toe al goed mogelijk om fraude op te sporen; dus de te behalen winst staat in geen verhouding tot het verder uithollen van het medisch beroepsgeheim.

De minister was niet zo sportief om de prijs persoonlijk in ontvangst te komen nemen. Zij heeft een schriftelijke reactie gestuurd, die erop neerkomt dat zij juist heel blij is met de door haar voorgestelde wetswijziging van de Wmg, zoals ze ook in 2011 heeft laten weten zelf zeer tevreden te zijn met het feit dat ze de private doorstart van het EPD heeft weten te realiseren. Gelukkig bleek er een arts in de zaal te zitten die spontaan een kort, maar geëmotioneerd slotwoord sprak waarin ze zei dat Edith Schippers deze prijs meer dan verdiend had!

Hier is de video te bekijken van de uitreiking van de Big Brother Awards 2016.

Gepubliceerd: 21 oktober 2016

Onze stichting KDVP is niet tegen het terugdringen van fraude in de zorg, maar wel tegen het zonder toestemming vooraf van patiënten/cliënten inzien van medische dossiers door zorgverzekeraars om fraude te kunnen opsporen.

Op 13-9 jl. heeft de Tweede Kamer met een wetsvoorstel ingestemd die dit mogelijk moet maken. Het is de verwachting dat de Eerste Kamer in december 2016 over dit voorstel zal stemmen.

 

Wij ondersteunen het initiatief van www.privacybarometer.nl om de senatoren erop te wijzen dat het wetsvoorstel in zijn huidige vorm afschaffing van het medisch beroepsgeheim betekent. Hier kunt u hun bericht lezen dat al naar 250 patiënten- en beroepsverenigingen is gestuurd.

 

Als u ook van mening bent dat het medisch beroepsgeheim niet verder uitgehold moet worden kunt u door op onderstaande link te klikken een kant-en-klare brief vinden die kan worden gestuurd aan senatoren in de commissie volksgezondheid die nog twijfelen over hun stem.

 

Een tweede mogelijkheid is om via een petitie uw stem te laten horen:

 

Om te voorkomen dat het medisch beroepsgeheim met dit voorstel verdwijnt, kunt u er ook voor kiezen om onderstaande petitie te ondertekenen: https://schrap3398016.petities.nl

 

Nog beter is het natuurlijk om beide te doen!

Gepubliceerd: 03 oktober 2016

De Nederlandse overheid en het bedrijfsleven werken hard aan een alomvattend plan om onze medische gegevens in bulk toegankelijk te maken voor doelen die niets met hulpverlening te maken hebben maar alles met winst- en machtsuitbreiding. Dit beleid wordt door ons kabinet in alle stilte stap voor stap uitgevoerd. Onlangs heeft Minister Schippers in samenwerking met het ministerie van Veiligheid en Justitie voorstellen ontwikkeld die neerkomen op het afschaffen van het medisch beroepsgeheim. Een vrije vertrouwelijke toegang tot de zorg wordt opgeofferd voor BIG DATA ambities met het goud van de datamarkt: medische persoonsgegevens.

Deze verontrustende ontwikkeling wordt uiteengezet in een doortastend essay van publicist/niet praktizerend huisarts Wim Jongejan. Daarin wijst hij op de samenhang tussen de nieuwe EPD-wet, de verzamelhonger van overheden en commerciële partijen en de landelijke uitrol van het LSP-systeem. Voorzien van een uiterst informatieve inleidende tekst is dit artikel te vinden op de website van het Platform bescherming burgerrechten (https://platformburgerrechten.nl/2016/09/23/leestip-longread-over-big-data-en-het-lsp).

Gepubliceerd: 18 september 2016

Zoals de CBB rechter heeft geoordeeld in zijn uitspraak op 2-8-2010 mag er bij gebruik van een privacyverklaring geen tot de diagnose herleidbare informatie naar derden, die niet direct bij de behandeling zijn betrokken, worden gestuurd. Vanwege deze uitspraak is de hulpverlener verplicht aan elke patiënt/cliënt die zich aanmeldt de mogelijkheid  te bieden om gebruik te maken van de opt-outregeling.

Indien een patiënt/cliënt opteert voor de opt-outregeling wordt de NZa privacyverklaring ondertekend waarmee hij/zij aangeeft geen toestemming te verlenen voor het verstrekken van diagnostische informatie aan derden, die niet direct bij de behandeling zijn betrokken. Deze regeling geldt al voor het aanleveren van de diagnostische informatie aan zorgverzekeraars en aan het DIS. De informatie die in het DIS terechtkomt is weliswaar gepseudonimiseerd, maar deze informatie kan via koppeling aan informatie in andere bestanden relatief eenvoudig worden herleid  tot gegevens over personen van vlees en bloed.

Hetzelfde geldt voor de data die in gepseudonimiseerde vorm bij de SBG terechtkomen. Ook daar kan die informatie worden gekoppeld aan data in andere bestanden, zodat het wederom persoonsgegevens worden. Inmiddels hebben privacytoezichthouders op zowel Europees als nationaal niveau onderkend  dat pseudonimiseren absoluut niet afdoende is om te spreken van een veilige bescherming. Gepseudonimiseerde data zijn onder de huidige omstandigheden met relatief weinig inspanning om te zetten naar persoonsgegevens.

In het kwaliteitsstatuut wordt benadrukt dat het in de behandeling vooral om de “patiënt journey” gaat; dit zou moeten betekenen dat de patiënt een belangrijke stempel mag/moet drukken op de keuzes in de behandeling, weliswaar in samenspraak met de hulpverlener. Een reden temeer om de wens van de patiënt/cliënt serieus te nemen en te honoreren als hij/zij heeft aangegeven dat hij/zij geen toestemming geeft voor het aanleveren van tot de diagnose herleidbare data aan de SBG.

De KDVP raadt U dus aan om bij elke aanmelding de patiënt/cliënt de keuze te geven of hij/zij gebruik wil maken van de opt-outregeling – met een privacyverklaring - waarmee wordt aangegeven dat op basis van de rechterlijke uitspraak geen tot de diagnose herleidbare informatie naar derden die niet bij de behandeling zijn betrokken (SBG) mag worden gezonden.

VWS heeft overigens zelf toegegeven dat de opt-outregeling ook van toepassing moet zijn op de aanlevering van data aan de SBG, getuige hun uitspraak: “Er ontstaat dus geen probleem met de wettelijke verplichting als niet voor 100% van de clienten ROM-gegevens worden aangeleverd. Het is volgens ons belangrijk, indien gewenst, een opt-out in de volgende versie van het kwaliteitsstatuut goed te regelen. Partijen zijn daarvoor zelf aan zet en kunnen er zelf voor zorgen dat dit geen showstopper wordt in het ROM-traject”.

Met deze uitspraak van VWS erkent zij expliciet dat de opt-outregeling van toepassing moet zijn op het aanleveren van ROM-data en MDS aan de SBG. Het zou echter correct, verhelderend en transparant zijn als dit in een addendum van het kwaliteitsstatuut zo snel mogelijk nadrukkelijk wordt vermeld.

Gepubliceerd: 13 september 2016

Op 8 september 2016 werd in de tweede Kamer het voorstel van Minister Schippers behandeld, waarin zij voorstelt dat zorgverzekeraars patiënten achteraf mogen informeren dat zij in hun medisch dossier hebben gekeken. De meerderheid van de Tweede Kamer zou het hiermee eens zijn! Dit plan werd gepresenteerd als een manier om zorgfraude te bestrijden. De patiëntenfederatie is fel tegen dit voorstel en vindt dat de patiënt in elk geval vooraf om toestemming moet worden gevraagd.
Zembla reageert op twitter als volgt:
“Patiënten moeten inzage in hun medisch dossier door de zorgverzekeraar kunnen weigeren. Ook als het gaat om fraudeonderzoek, stelt de patientenfederatie. De Tweede Kamer vergaderde donderdag over inzage in het dossier. Tijdens het debat bleek dat een meerderheid van de Tweede Kamer de zorgverzekeraars inzage wil geven in medische dossiers om fraude op te sporen. SP en D66 zijn tegen. VVD, PvdA, CDA en PVV zijn voor het plan van minister Schippers (VVD). De overige partijen waren niet aanwezig bij het debat. De definitieve stemming wordt waarschijnlijk de komende week”.
Lees ook: https://troostoverleven.nl/2016/09/medische-gegevens-op-straat-dan-doe-ik-het-zelf-wel
Op www.privacybarometer.nl is op 11-9-2016 een reactie geplaatst onder de titel “Laatste brief voor stemming over inzage medisch dossier door zorgverzekeraars” en op 13-9-2016 is een artikel gepubliceerd getiteld “Zorgverzekeraars krijgen inzage in medische dossiers”.