KDVP ernstig bezorgd over taakopvatting CBPtoezichthouder

Gepubliceerd: 18 juli 2014

De volgende passage trof de KDVP aan in het jaarverslag van het CBP van 2013:

Als organisaties voor hun doel wél herleidbare gegevens verwerken, moeten zij aan alle eisen van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) voldoen. Zo moeten zij mensen goed informeren over wat er met hun gegevens gebeurt en hen vaak ook om toestemming vragen…”.

Deze passage heeft de KDVP doen besluiten het CBP in een brief (dd 14-5) nogmaals nadrukkelijk te wijzen op helaas al langer bestaande procedures van informatie-uitwisseling binnen de GGZ, die een ernstige inbreuk vormen op het medisch beroepsgeheim en de privacyrechten van patiënten.

In reactie (dd 14-5) op ons schrijven blijkt het CBP bij deze inbreuken op privacy te kiezen voor een afwachtende, niet-onafhankelijke stellingname en “in het licht van mogelijke toekomstige wetgevingstrajecten” af te willen zien van handhavend optreden.

Het is mede op grond van deze opstelling van het CBP dat de KDVP ernstige twijfels heeft over de taakopvatting en onafhankelijkheid van deze publieke toezichthouder die er bewust en structureel/beleidsmatig van afziet om actie te ondernemen tegen misleidende, onrechtmatige procedures van informatie-uitwisseling in de GGZ, ook al dwingen uitspraken van CBb en Rechtbank Amsterdam tot handhavend optreden tegen partijen die deze misleidende, onrechtmatige procedures doelbewust in stand houden. De reactie van het CBP rechtvaardigt de conclusie dat het CBP haar verantwoordelijkheid als toezichthouder structureel ontwijkt.

Waar het CBP bewust afziet van handhavend optreden tegen onrechtmatige procedures van informatie-uitwisseling “in het licht van mogelijke toekomstige wetgevingstrajecten”, kan deze toezichthouder ook niet geacht worden onafhankelijk en geloofwaardig te adviseren op basis van geldende wetgeving over “reparatiewetgeving” die betrekking heeft op rechterlijke uitspraken die de wetgever onwelgevallig zijn.

De KDVP heeft in een brief (dd 14-7) aan het CBP haar zorgen geuit over het feit dat het CBP bewust meent te kunnen afzien van handhavend optreden tegen onrechtmatige procedures van informatie verwerking in de zorg en daarmee haar taak en verantwoordelijkheid om op te komen voor de privacyrechten van burgers uit de weg gaat. Deze afwachtende, niet-onafhankelijke taakopvatting van het CBP waarbij handhavend optreden ondergeschikt wordt gemaakt aan het mogelijk maken van reparatiewetgeving (“toekomstige wetgevingstrajecten”) komt neer op een averechtse taakopvatting waarbij de toezichthouder is verworden tot een legitimatie- instrument voor inbreuken op fundamentele privacyrechten van burgers door beleidsmakers (VWS/NZa) en dominante veldpartijen (ZN, zie uitspraak Rechtbank Amsterdam). De KDVP is inmiddels dan ook ernstig bezorgd zijn over de taakopvatting van deze toezichthouder.