NZa verzoekt Minister niet alleen een rechterlijke uitspraak maar zelfs fundamentele mensenrechten te negeren

Gepubliceerd: 20 januari 2014

In haar brief aan de Minister over het toezichtonderzoek GGZ - http://www.nvgzp.nl/wp-content/uploads/2014/01/Rapport_toezichtonderzoek_cGGZ_-_vervolg_Europsyche.pdf - doet de NZA (zie punt 3.10) het voorstel om een wettelijke regeling te treffen waarmee de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam d.d. 13-11-2013 kan worden teniet gedaan. Het betreft hier de rechterlijke uitspraak waarin de goedkeuring door het CBP van de Gedragscode Zorgverzekeraars – met protocol Materiële Controle - wordt vernietigd.

Dit verzoek aan de Minister om niet alleen deze rechterlijke uitspraak, maar ook een effectieve uitvoering van een eerdere CBb uitspraak te negeren, komt neer op een ontkenning van fundamentele beginselen van onze rechtsstaat en vormt tevens een onhoudbare schending van fundamentele burgerrechten.

 

De NZa beoogt met deze vraag aan de Minister rechterlijke uitspraken via wetgeving - in plaats van via gedragscode/zelfregulering - teniet te doen. Een wettelijke regeling die noch in overeenstemming is met het oordeel van de Rechtbank Amsterdam, noch met het eerdere oordeel van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) kan echter de vereiste toetsing aan grondrechten niet doorstaan.

In dit geval is het aan de Tweede Kamer, maar in het bijzonder aan de Eerste Kamer om een dergelijke regelgeving af te wijzen. En indien de Minister afkeuring tracht te omzeilen door een Ministeriële Regeling te ontwerpen zonder deze te melden bij de Tweede Kamer, dan is hier sprake van een politieke doodzonde.

Het is na de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam nu echter ook aan het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) om een dergelijke Ministeriële Regeling van een negatief advies te voorzien, indien deze regeling ter beoordeling aan haar wordt voorgelegd. Dit aangezien het College de uitspraak van de rechtbank zelf heeft bevestigd door een nieuw afwijzend besluit te nemen. Indien het CBP zou besluiten tot het afgeven van een positief advies ten aanzien van een Ministeriële Regeling die niet in overeenstemming is met de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, betekent dit niet slechts het negeren van een rechterlijke uitspraak, maar laat dit tevens op uiterst pijnlijke wijze zien dat het CBP wederom - zoals de rechtbank heeft geconcludeerd aangaande de inhoud van het eerdere CBP-advies betreffende de Ministeriële Regeling zorgverzekering - zelfs de strekking van haar eigen besluiten ontkent en ondergraaft.

 

Helaas lijken we met de rechter te moeten concluderen dat zorgverzekeraars en de NZa bij het ontwerpen van controlesystemen in de zorg tot op heden hebben nagelaten informatiesystemen zodanig op te zetten, dat verantwoording en controle met respect voor privacy en beroepsgeheim kunnen worden uitgevoerd. Het feit dat de NZa en zorgverzekeraars alle mogelijkheden tot digitale gegevensverwerking in de zorg - waarbij effectieve controle kan plaatsvinden met respect voor privacyrechten van patiënten/burgers - negeren en/of afwijzen, komt neer op het negeren van één van de basisbeginselen van het privacyrecht. Hiermee wordt in feite het subsidiariteitsbeginsel geheel opzijgeschoven en genegeerd.

Deze gang van zaken vertoont een opvallende gelijkenis met de private doorstart van een in wezen ondeugdelijk EPD. Zonder serieus en zorgvuldig onderzoek te verrichten naar veilige alternatieven worden medische persoonsgegevens massaal voor uitwisseling beschikbaar gebracht.

Hoewel het CBP naar eigen zeggen opteert voor de benadering ”privacy by design” moeten we helaas constateren dat zij nooit daadwerkelijk heeft aangedrongen op grondig onderzoek, waaruit blijkt dat een andere wijze van digitale gegevensverwerking in de zorg - die minder of geen inbreuk maakt op de privacy van burgers - mogelijk is. Het CBP kan zich niet verschuilen achter het feit dat zij niet op de hoogte is van andere, veilige en niet-inbreukmakende verwerkingsmethodes, aangezien zij hier expliciet op is gewezen. Het is onduidelijk of dit een kwestie van onwil of onvermogen is; in elk geval zijn er rechterlijke uitspraken nodig om alsnog een veilige en verantwoorde informatieverwerking in de zorg af te dwingen.