CBP bevestigt oordeel rechter en verleent geen goedkeurende verklaring voor de verwerking van medische persoonsgegevens zoals vastgelegd in de Gedragscode Zorgverzekeraars

Gepubliceerd: 15 januari 2014

Zoals wij eerder hebben gemeld heeft de Rechtbank Amsterdam op 13 november 2013 in een door de KDVP aangespannen procedure tegen het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) geoordeeld dat door het College ten onrechte een goedkeurende verklaring is afgegeven voor de Gedragscode Zorgverzekeraars.  

Nu door Zorgverzekeraars Nederland binnen de daarvoor gestelde termijn van 6 weken geen - aan de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam aangepaste - versie van de Gedragscode ter goedkeuring is voorgelegd aan het CBP, heeft het College op 19-12-2013 een nieuw besluit genomen waarbij goedkeuring van de vigerende Gedragscode Zorgverzekeraars - met bijbehorend protocol Materiële Controle - wordt afgewezen. Dit besluit van het CBP is inmiddels ook gepubliceerd in de Staatscourant.

Dat Zorgverzekeraars Nederland (ZN) als belanghebbende heeft gemeend in beroep te moeten gaan tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam doet niets af aan de inwerkingtreding van het in de Staatscourant gepubliceerde besluit, waarmee het CBP het oordeel van de rechter onderschrijft en daarmee constateert dat ZN heeft nagelaten de noodzakelijke aanpassingen aan te brengen in de Gedragscode.

Op basis van dit nieuwe besluit tot afwijzing van de bewuste Gedragscode is het CBP in zijn rol van toezichthouder vanaf 19-12 verplicht tot handhavend optreden tegen zorgverzekeraars die in strijd met privacybeginselen en het Europees verdrag Voor de Rechten van de Mens (EVRM) op onrechtmatige wijze medische persoonsgegevens verwerken.