LSP juridisch onhoudbaar nu blijkt dat digitale zorgcommunicatie in de “Whitebox” mogelijk is met behoud van privacy en medisch beroepsgeheim

Gepubliceerd: 12 november 2015

Op 10 september 2015 hebben de media verslag gedaan van de introductie van de “Whitebox”.  Dit systeem is in de jaren daarvoor ontwikkeld door Guido van ’t Noordende, ICT-expert en onderzoeker bij de UvA, samen met een groep huisartsen van de huisartsenkring Amsterdam- Almere. De Whitebox heft een aantal nadelen op die onlosmakelijk aan het LSP, opvolger van het EPD, verbonden zijn.

Het LSP is een centraal systeem waar alle zorgverleners met een pasje in principe toegang tot hebben. Bij het LSP ontbreekt de mogelijkheid om gericht specifieke informatie met een gekende andere hulpverlener voor een welbepaald doel te delen. Via de Whitebox houden hulpverlener en patiënt wèl de controle over de uitwisseling van gegevens. In overleg met de patiënt bepaalt de hulpverlener wie, welke gegevens voor een bepaald  doel mag inzien. Dit is in lijn met het medisch beroepgeheim, dat inhoudt dat er alleen gegevens mogen worden gedeeld met derden als de patiënt daar geïnformeerde toestemming voor heeft verleend.

De introductie van de Whitebox heeft aangetoond dat het mogelijk is om digitale zorgcommunicatie effectief en gericht te realiseren zonder doorbreking van het medisch beroepsgeheim en zonder inbreuk te maken op de privacyrechten van patiënten. En het privacyrecht bepaalt dat indien er een manier bestaat waarop digitale zorgcommunicatie kan plaatsvinden zonder doorbreking van het privacyrecht van burgers, er voor die wijze van handelen moet worden gekozen. Dat is het subsidiariteitsbeginsel. Het bestaan en functioneren van de Whitebox heeft daarmee aangetoond dat het LSP onrechtmatig is en juridisch onhoudbaar.

Hier kunt u in het op 7-11-2015 gepubliceerde artikel van Ronald Huissen – www.platformburgerrechten.nl – lezen hoe het LSP “ten dode is opgeschreven” met de komst van de Whitebox.