Informatie gulzige overheid door rechter gecorrigeerd

Gepubliceerd: 16 maart 2015

Onze huidige regering heeft niet veel op met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In de achterliggende periode heeft dit kabinet samen met zorgverzekeraars, banken, energiebedrijven etc. alle deuren open gezet om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen om burgers te kunnen profileren en controleren. Gelukkig zijn er echter nog organisaties en bedrijven - waaronder providers – die zich zorgen maken over deze ontwikkeling.

Een aantal van die maatschappelijke partijen heeft met Privacy First een procedure aangespannen tegen de verplichting, opgelegd aan providers, om gegevens over internetverkeer van burgers voor de overheid gedurende een lange periode  beschikbaar te houden.

De rechter heeft hierover een duidelijk oordeel uitgesproken, de overheid kan en mag providers niet verplichten om voor het controleren van burgers op grote schaal systematisch langdurig internetdata op te slaan.

Wij willen Privacy First en de partijen die deze procedure mede hebben ondersteund hierbij van harte feliciteren met deze uitspraak.

 

Waarom blijft de informatiehonger van deze regering onstilbaar?

In een eerste reactie op deze uitspraak heeft onze regering bij monde van een woordvoerder laten weten dat ze zo snel mogelijk zullen komen met een nieuwe wet die het alsnog mogelijk moet maken om toch de gewenste toegang te krijgen tot internetdata van burgers.

Wie zich afvraagt hoe het komt dat de informatiehonger van de Nederlandse regering groter is dan in de ons omringende landen, moet zich ook eens afvragen waarom de al bijna perfecte gemeentelijke basisadministratie op dit moment nog verder wordt geperfectioneerd en wat het betekent dat de koppeling van informatie uit honderden data bases in SyRI kan worden gebruikt voor preventieve controles en waarom de VS graag “participeert” in Nederlandse projecten gericht op “mass surveillance” en “civil society control”. Een uitstekende digitale infrastructuur gekoppeld aan een hoge aansluitingsgraad van burgers op digitale diensten maakt Nederland tot HET laboratorium voor de ontwikkeling van informatietechnologie voor “civil society control”. Zowel Minister Ronald Plassterk als zeker ook mr. Gerard Bouman, korpschef van de Nationale Politie kunnen ons vast vertellen wat nu al mogelijk is met de Argo 2. En dan mag Minister Asscher daarna uitleggen hoe het SyRI informatiesysteem wordt gevuld met data en hoe recente wetgeving het mogelijk maakt om in stilte, zonder enige verdere transparante politieke besluitvorming, meer databases te koppelen aan dit systeem, zodat het SyRi informatiesysteem in alle stilte geleidelijk kan gaan lijken op de Argo 2 van de AIVD.

 

Nederland is een internationaal Big Data IT- laboratorium voor “mass surveillance” en de Nederlandse burger is het proefkonijn.

Laten we hopen dat deze uitspraak van de rechter  een keerpunt is in de opbouw van ongecontroleerde, grenzeloze informatiemacht door “onze overheid”.