KDVP levert input voor debat in Tweede Kamer over regeling Jeugdwet; overheid neemt belang van privacy bij jeugdhulpverlening niet serieus

Gepubliceerd: 23 april 2016

Op 5-4-2016 is in de Tweede Kamer de Jeugdwet behandeld. De Jeugdwet is onderdeel van de Veegwet/Verzamelwet, die op dit moment in de Tweede Kamer ter behandeling voorligt. In verband met de decentralisatie van taken van de overheid naar gemeenten moet er ook nieuwe regelgeving worden ontwikkeld voor de uitwisseling van medische gegevens binnen de jeugdhulpverlening.

Juist omdat vertrouwen in de jeugdhulpverlening zo essentieel is, achten hulpverleners in de jeugdzorg het van belang dat in deze nieuwe regelgeving heel concreet en specifiek wordt vastgelegd welke informatie op individueel niveau verplicht aan welke partijen moet worden aangeleverd om te worden verwerkt en gebruikt voor expliciet benoemde doelen.  

Helaas zijn in de nieuwe regelgeving - zoals die nu wordt voorgesteld voor de jeugdhulpverlening - geen transparante en van privacy waarborgen voorziene regels en procedures uitgewerkt overeenkomstig algemene vereisten en beginselen vastgelegd in Wbp en EVRM. Dit betekent dat aanlevering, toegang, doorlevering, koppeling en gebruik van persoonsgegevens niet legitiem kan plaatsvinden.

Ook worden er in de voorgestelde regeling jeugdwet veel open formuleringen gehanteerd, waardoor gemeenten naar eigen goeddunken kunnen besluiten welke informatie zij bij hulpverleners willen opvragen. Dat laatste staat gelijk aan het tekenen van een blanco cheque! Het komt voor dat gemeenten bij aanmelding de cliënt verzoeken om een toestemmingsformulier te ondertekenen dat de gemeente vanaf dat moment de volmacht geeft om in de toekomst alle door hen nodig geachte informatie bij  hulpverleners op te vragen. 

Het controleren van declaraties op hun juistheid, fraude-onderzoek, het doen van materiële controles behoren tot de taken van gemeenten. Ook op dit punt zijn ondoorzichtige en niet restrictief geformuleerde bepalingen in de regeling Jeugdwet opgenomen, die alle ruimte laten voor het ongelimiteerd opvragen van informatie bij hulpverleners.

Het is van het grootste belang dat bepalingen op zodanige wijze zijn uitgewerkt, dat er niet meer vertrouwelijke persoonsgegevens en/of risicovolle informatie - met doorbreking van geheimhoudingsplicht - verplicht moet worden aangeleverd dan noodzakelijk en proportioneel is. Het verplicht aanleveren van vertrouwelijke informatie moet op de minst inbreukmakende wijze plaatsvinden.

Zeer kwalijk is het dat de verantwoordelijke bewindslieden in de Jeugdwet bepalingen willen opnemen die gemeenten verplichten  om de verkregen persoonsgegevens incidenteel dan wel structureel te verstrekken aan “onze ministers” van VWS en van VenJ.

De voorzitter van onze stichting is enerzijds met organisaties van ouders en cliënten en anderzijds met een aantal politieke partijen en de ministeries van VWS en VenJ volop in gesprek over de definitieve invulling van deze nieuwe regelgeving. Vooralsnog is zowel de voorgestelde aanpassing van de Jeugdwet als de voorgestelde definitieve regeling Jeugdwet in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens en het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en vormt aanlevering, verwerking en gebruik van  persoonsgegevens overeenkomstig de voorgestelde regelgeving een onrechtmatige inbreuk op de geheimhoudingsplicht van hulpverleners in de jeugdzorg.

Grondige aanpassing van de voorgestelde regelgeving is noodzakelijk wil sprake kunnen zijn van een legitiem aanleveren, verwerken en gebruiken van persoonsgegevens die noch een onnodige inbreuk vormen op privacyrechten van jongeren noch op de geheimhoudingsplicht van hulpverleners in de jeugdzorg.

Hier kunt u de notitie vinden die hierover aan leden van de Tweede Kamer is gestuurd.

Hier kunt u het fragment vinden van het woordelijk verslag van de zitting van de Tweede Kamer op 5-4-2016 voor zover dat gaat over aanpassing van de jeugdwet.