KDVP stapt naar de rechter na “Beslissing op Bezwaar” van de Autoriteit Persoonsgegevens waarbij handhavend optreden tegen onrechtmatige procedures voor gegevensverwerking bij zorgverzekeraars wordt afgewezen

Gepubliceerd: 28 augustus 2016

Naar aanleiding van de “Beslissing op Bezwaar” van de AP (Autoriteit Persoonsgegevens) op 11-7-2016 heeft onze stichting het noodzakelijk geacht om naar de rechter te stappen.

De KDVP heeft op 16-8-2016 formeel beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de AP. Voor de “aanloop” naar deze stap raden we u aan om een eerder nieuwsbericht - gedateerd  6-3-2015 - te lezen en/of de berichtgeving in onze laatste KDVP Nieuwsbrief van 28-4-2016, ad punt 1, nog eens door te nemen. Beide zijn op deze website te vinden.

Hieronder zijn onze belangrijkste bezwaren verwoord:

Het eerste bezwaar van de KDVP is primair gericht tegen het uitblijven van aanpassing van procedures en bedrijfsprocessen door zorgverzekeraars voor de verwerking van medische gegevens zoals vastgelegd in de Gedragscode Zorgverzekeraars. Na de uitspraak van de rechtbank Amsterdam op 13-11-2013, waarbij de door het CBP (vanaf 1-1-2016 AP) verleende goedkeuring van de Gedragscode werd vernietigd, hadden de in de Gedragscode vastgelegde procedures voor de verwerking van medische gegevens verkregen bij declaraties moeten worden aangepast aan de oordelen van de rechter.  De rechter heeft namelijk geoordeeld dat de in de Gedragscode beschreven procedures en bedrijfsprocessen geen juiste uitwerking vormen van Wbp (Wet bescherming persoonsgegevens)  en EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).

De door de rechter opgelegde verplichting tot aanpassing van die procedures en bedrijfsprocessen is tot op heden niet gebeurd,  terwijl zorgverzekeraars wèl nadrukkelijk hebben laten weten dat zij zich aan deze Gedragscode gehouden weten ook nadat de door het CBP verleende goedkeuring daarvan door de rechter is vernietigd. Het uitblijven van aanpassing van verwerkingsprocedures aan de uitspraak van de rechter heeft inmiddels geleid tot het jarenlang op onrechtmatige wijze verwerken van medische persoonsgegevens door zorgverzekeraars. Op dit bezwaar van de KDVP heeft de AP tot op heden geen actie ondernomen.

Een ander bezwaar heeft te maken met het standpunt van de AP dat na de bijstelling van de Regeling Zorgverzekering op 8-7-2010 een goedkeuring van de Gedragscode Zorgverzekeraars niet meer noodzakelijk was. De bijstelling van deze regeling was noodzakelijk gebleken nadat de KDVP had gesteld dat van de Gedragscode Zorgverzekeraars geen “derdewerking” kan uitgaan. De bijstelling van de Regeling Zorgverzekering in 2010  moest een wettelijke basis verschaffen voor het uitvoeren van materiële controleprocedure. De wijzigingen in de Regeling Zorgverzekering  hadden verder geen gevolgen voor vorm en inhoud van de in de Gedragscode beschreven procedures en bedrijfsprocessen voor de verwerking van medische gegevens door zorgverzekeraars.

Hieruit kan de KDVP maar èèn conclusie trekken: de bijstelling van de Regeling Zorgverzekering in 2010 brengt geen verandering in nut en noodzaak van een goedkeuring door de AP van de in de Gedragscode vastgelegde verwerkingsprocedures van medische persoonsgegevens.

Een nieuwe, aan de uitspraak van de rechter aangepaste Gedragscode dient dan ook  alsnog ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de AP.

Hier kunt U het volledige beroep dat de KDVP onlangs heeft ingediend tegen het besluit van de AP vinden.