Datum zitting juridische procedure van KDVP over opt-outregeling bij Raad van State bekend!

Gepubliceerd: 11 mei 2019

Al vanaf 2017 heeft de KDVP bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) aandacht gevraagd voor het aanpassen van de opt-outregeling om het mogelijk te maken dat na het afsluiten van de behandeling – bij afgifte van een privacyverklaring - digitaal kan worden gedeclareerd zonder dat uit het DBC-tarief de diagnose is af te leiden.

Hiertoe heeft onze stichting in 2017 een juridische procedure aangespannen tegen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) omdat deze hardnekkig weigert op te treden tegen het uitblijven van een aangepaste, digitale declaratieprocedure, waarmee effectief kan worden voorkomen dat diagnose-informatie via het gehanteerde, toepasselijke DBC tarief alsnog terecht komt bij de zorgverzekeraar en het Diagnose Informatie Systeem (DIS). Het is namelijk aan de Zorgverzekeraars al dan niet in samenwerking met NZa en AP om een officiële (uniforme) regeling uit te werken waarmee in de praktijk van de hulpverlening - bij afgifte van een privacyverklaring - op een betrouwbare manier digitaal “privacyproof” kan worden gedeclareerd. In feite had de NZa er bij hun jaarlijkse bijstelling van DBC tarieven al lang voor kunnen zorgen dat de DBC tarieven niet langer onnodig “DBC specifiek” zijn. Zolang de NZa hier geen actie in onderneemt, is het aan de zorgverzekeraars om bijvoorbeeld “Privacy proof tarieven” te publiceren die voorlopig kunnen worden gehanteerd bij afgifte van een privacy verklaring om zo toch uitvoering te geven aan de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) uit 2010 en van de rechtbank Amsterdam uit 2013.

Op 18 juli 2017 heeft de zitting over deze juridische procedure tegen de AP plaatsgevonden. Hier kunt u de pleitnotitie van de KDVP lezen.

Op 25 september 2018 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de hierboven genoemde juridische procedure tegen de Autoriteit Persoonsgegevens. In haar uitspraak van 25-9-2018 heeft de rechtbank ons beroep afgewezen. Omdat wij echter van mening zijn dat de rechtbank zich in haar uitspraak voornamelijk heeft laten leiden door de conclusies uit een rapport van de NZa dat helemaal geen betrekking had op onze bezwaren tegen de bestaande digitale declaratieprocedure die kan worden gehanteerd bij afgifte van een privacyverklaring, hebben wij besloten om onze bezwaren alsnog te laten toetsen door de Raad van State. Daartoe heeft de KDVP op 15 november 2018 Hoger Beroep ingesteld.

Inmiddels hebben wij bericht ontvangen dat de zitting bij de Raad van State zal plaatsvinden op 26 juni om 11:30 uur. Indien u de zitting wilt bijwonen, dient u zich een kwartier voor aanvang te melden bij de receptie. De locatie is Kneuterdijk 22 te Den Haag.