KDVP reactie op een bericht van de LVVP dat in hun Nieuwsbrief is gepubliceerd in maart 2020

Gepubliceerd: 18 juni 2020

Geacht LVVP bestuur,

 

In uw Nieuwsbrief dd 12-3-2020 staat het volgende misleidende, want onjuiste bericht:

 

“Als een patiënt niet wil dat de hoofddiagnose bij de zorgverzekeraar terechtkomt, dan kan deze een privacyverklaring invullen en ondertekenen. Een format hiervoor vindt u als bijlage bij de regeling gespecialiseerde ggz 2020 (zie bijlage 5) en tevens op Mijn LVVP. In dat geval kunt u gebruikmaken van een zogenoemde dummycode. Met die code is het voor de verzekeraar niet mogelijk om de diagnose alsnog vanuit het dbc-tarief te herleiden. De declaratiecode bij gespecialiseerde ggz is 10B999 of 25B999. De prestatiecode is dan 101999999999 bij een initiële dbc of 202999999999 bij een vervolg-dbc”.

 

Dit summiere bericht over de aangepaste declaratieprocedure welke kan worden gebruikt bij afgifte van de NZa-privacyverklaring is helaas onvolledig en daarmee misleidend, dan wel leidend tot misverstanden. Het bericht suggereert namelijk ten onrechte dat de diagnose - bij gebruikmaking van de aangepaste declaratieprocedure - niet meer kan worden herleid uit het dbc-tarief, indien voor declaratiecode en prestatiecode dummycodes zijn ingevoerd. Omdat de NZa tarieven echter dbc-specifiek zijn, is herleiding van diagnose-informatie niet alleen mogelijk via diagnose informatie die besloten zit in declaratiecodes en prestatiecodes, maar ook via het gehanteerde dbc-tarief.

 

Een aangepaste digitale declaratieprocedure waarmee voorkomen kan worden dat bij declaratie diagnose-informatie wordt verstrekt is pas correct en effectief als de declaratie niet is gebaseerd op een dbc-specifiek tarief. In het LVVP-bericht over de aangepaste declaratieprocedure wordt echter niets gezegd over de wijze waarop een declaratie kan worden opgesteld zonder deze te baseren op een dbc-specifiek tarief.

 

Omdat zorgverzekeraars en zorgverleners contractueel gehouden zijn om gebruik te maken van digitale declaratieprocedures moet de aangepaste digitale declaratie-procedure die kan worden gebruikt bij afgifte van een privacyverklaring zo zijn ingericht dat de zorgverlener duidelijk wordt geïnformeerd over de wijze waarop kan worden gedeclareerd zonder daarbij uit te gaan van een dbc-specifiek tarief.

 

Voor zorgverleners is het van groot belang dat duidelijk is op welke wijze bij een aangepaste digitale declaratie-procedure effectief kan worden voorkomen dat via een dbc-specifiek tarief alsnog diagnose-informatie wordt verstrekt aan zorgverzekeraars en DIS. Het is namelijk aan zorgverleners om overeenkomstig de uitdrukkelijke wens van cliënten te voorkomen dat bij declaratie ten onrechte, want door de cliënt expliciet niet gewenste diagnose-informatie wordt doorgegeven. Mocht de cliënt achteraf ontdekken dat zijn privacy helemaal niet gewaarborgd is geweest, kan dat eventueel aanleiding zijn om een aanklacht tegen de betreffende psychotherapeut in te dienen. Naar ons oordeel is het een taak van de LVVP als beroeps- en belangenorganisatie om haar leden tegen een dergelijk ongewenst effect te beschermen. Het is aan de LVVP als beroepsorganisatie om namens haar leden aan te dringen op aanpassing van de digitale declaratieprocedure die moet worden gebruikt bij afgifte van een privacyverklaring, zodat zorgverleners effectief uitvoering kunnen geven aan de expliciete wens van cliënten om geen diagnose-informatie te verstrekken aan zorgverzekeraars en DIS.

 

Het is onbegrijpelijk en verwijtbaar onzorgvuldig dat door NZa en/of ZN bij de aangepaste digitale declaratieprocedure nog steeds geen duidelijke toelichting is geformuleerd waarin concreet staat beschreven hoe zorgverleners digitaal kunnen declareren zonder dat bij afgifte van een privacyverklaring tot de diagnose herleidbare informatie wordt aangeleverd bij zorgverzekeraars en DIS. Dit is een ernstige en voor zorgverleners gevaarlijke tekortkoming die op eenvoudige wijze voorkomen had kunnen worden. Zo had de NZa er bij de jaarlijkse vaststelling van dbc-tarieven allang voor kunnen zorgen dat tarieven niet langer DBC specifiek worden gemaakt op basis van minimale tariefvariaties. We kunnen niet anders concluderen dat de NZa dit bewust niet heeft willen doen.

 

De stichting KDVP is nog steeds van mening dat het de verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars en NZa – als toezichthouder – is en blijft om een duidelijke procedure (inclusief toelichting bij gebruikte digitale schermen) uit te werken waarmee het voor alle hulpverleners (en daarmee ook voor hun cliënten) duidelijk is op welke wijze bij afgifte van een privacyverklaring digitaal kan worden gedeclareerd zonder dat de diagnose kan worden herleid uit het DBC tarief.

 

Wij dringen erop aan – en zullen dat ook via onze website kenbaar maken – dat de LVVP stelling neemt in deze kwestie.

 

Nu ZN/NZa weigerachtig zijn en blijven om een duidelijke, eenduidige en in de praktijk makkelijk te hanteren regeling te maken waarmee digitaal kan worden gedeclareerd bij afgifte van een privacyverklaring is door zorgverleners zelf voorlopig een privacy proof tarievenlijst opgesteld. In deze lijst hebben meerdere diagnoses hetzelfde tarief waardoor het niet mogelijk is om eenduidige diagnose-informatie te herleiden uit het gehanteerde aangepaste tarief. De KDVP ziet deze mogelijkheid als een tijdelijke noodoplossing om er voor te zorgen dat cliënten en hulpverleners niet de dupe zijn van het ontbreken van een correct uitgewerkte digitale declaratieprocedure. 

 

De privacyproof tarievenlijsten voor de G GGZ en B GGZ zijn te vinden op de site van de “Contractvrije Psycholoog” (Privacy Proof Tarieven) en op de site van de stichting KDVP onder de Nieuwsberichten 2019 (Opt-outregeling en Privacy Proof Tarieven).

 

Het is overigens problematisch dat het summiere, bovenstaande LVVP bericht onvolledig is waar niet wordt vermeld dat bij gebruik van de NZa privacyverklaring (via de opt-outregeling) ook geen diagnose-informatie bij het DIS mag worden aangeleverd. (In het verlengde van eerdere procedures is het verstrekken van zogenaamde MDS informatie per 15-4-2019 beperkt tot de hoofddiagnose op As I.  Ingeval van de privacyverklaring mag uiteraard helemaal geen diagnose-informatie worden verstrekt aan het DIS).

Wij hopen dat de LVVP als belangenorganisatie voor integere zorgverlening door haar leden alsnog stappen onderneemt om aan te dringen op een nadere uitwerking en aanpassing van een aangepaste digitale declaratieprocedure, zodat zorgverleners bij afgifte van een privacyverklaring effectief uitvoering kunnen geven aan de wens van cliënten dat er geen diagnose-informatie bij zorgverzekeraars en DIS terecht komt. In afwachting van de noodzakelijke aanpassing van de digitale declaratieprocedure is het voor uw leden van belang de onvolledige en daarmee evenzeer misleidende informatie in uw (summiere) bericht over deze zaak te corrigeren.