Uitspraak Raad van State in Gedragscodezaak van Vrijbit betreurenswaardig en onjuist

Gepubliceerd: 09 januari 2022

In november 2021 deed de Raad van State een teleurstellende en onjuiste uitspraak in het Hoger Beroep van Vrijbit tegen de Autoriteit Persoonsgegevens over niet-legitieme regels en procedures van zorgverzekeraars bij de verwerking van medische persoonsgegevens; de belangen van burgers worden wederom – vergelijkbaar met de toeslagen affaire - ondergeschikt geacht aan de belangen van overheid en zorgverzekeraars.

Op 24 november 2021 heeft de Raad van State (RvS) het Hoger Beroep van Burgerrechtenvereniging Vrijbit (www.vrijbit.nl) tegen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over de Gedragscode Zorgverzekeraars ongegrond verklaard.

Het is onbegrijpelijk en teleurstellend dat de RvS het niet noodzakelijk heeft geacht om de AP aan te spreken op haar verantwoordelijkheid om de grootschalige verwerking van medische persoonsgegevens te doen stoppen waar deze verwerking al jaren – zoals is vastgesteld na de uitspraak van de rechtbank Amsterdam in 2013 – een niet-legitieme inbreuk vormt op fundamentele rechten van burgers, terwijl controle op rechtmatigheid en uitvoerbaarheid van wetgeving ten behoeve van burgers in onze rechtsstaat bij uitstek een taak is van de RvS.
Helaas moeten we dus constateren dat deze uitspraak wederom geen ontkrachting inhoudt van de argumentatie van de AP dat werkwijzen en procedures die door de rechtbank Amsterdam in strijd zijn bevonden met de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) – geen overtreding vormen waar de AP handhavend tegen zou moeten optreden.

Het is ook onbegrijpelijk dat de RvS van oordeel is dat voor de verwerking van medische persoonsgegevens door zorgverzekeraars geen specifieke doelen geformuleerd hoeven te worden, terwijl de rechtbank Amsterdam eerder heeft geoordeeld dat dit noodzakelijk is om “function creep” – namelijk dat informatie voor andere dan de oorspronkelijke doelen wordt gebruikt – te voorkomen en toetsing op
proportionaliteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid – hetgeen een vereiste is op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens – van de beoogde gegevensverwerking mogelijk te maken.

Tot slot is het ronduit treurig dat met deze uitspraak nog steeds wordt ontkend dat er geen adequate digitale declaratie procedure bestaat die kan worden gebruikt bij afgifte van een privacyverklaring, waarmee vervolgens effectief kan worden voorkomen dat diagnose-informatie aan zorgverzekeraars wordt aangeleverd en door hen verwerkt.

Zie voor uitgebreide informatie over dit Hoger beroep van Burgerrechtenvereniging Vrijbit het artikel op www.vrijbit.nl getiteld: “Uitspraak Hoger Beroep Vrijbit versus toezichthouder AP over de Gedragscode Zorgverzekeraars”.

De oorspronkelijk door de KDVP tegen de AP aangespannen juridische procedure over verwerking en gebruik van medische persoonsgegevens door zorgverzekeraars is wederom vertraagd aangezien de zitting die op 2-11-2021 over het Hoger Beroep van de KDVP tegen de AP zou plaatsvinden, is uitgesteld. Op dit moment is er nog geen nieuwe datum bekend gemaakt. Zie voor uitgebreide informatie over het ruim 8 jaar durende verloop van deze procedure van de KDVP onze nieuwsberichten van 12 maart, 6 oktober en 29 oktober 2021.