Gepubliceerd: 21 januari 2022

Op 16-12-2021 kondigt de AP in een onverwachte actie aan hun besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek van Vrijbit over het DIS (Diagnose Informatie Systeem) bij nader inzien te zullen vervangen door twee “nieuwe” besluiten. Op deze manier zou het door Vrijbit ingestelde Hoger Beroep bij de Raad van State in deze procedure gefrustreerd kunnen worden.

Vrijbit (www.vrijbit.nl) heeft vervolgens in een brief dd 30-12-2021 aan de Raad van State (RvS) aangegeven dat de AP met deze nieuwe besluiten niet alleen voorbij gaat aan de bezwaren die door de rechtbank Midden-Nederland in haar uitspraak op 11-7-2017 zijn verwoord maar ook aan de kernbezwaren die in dit Hoger Beroep – nog steeds! – voorliggen. Het is nu dus wachten op een datum waarop de rechtszitting zal plaatsvinden. De KDVP ondersteunt in de persoon van de voorzitter – dhr. A. van Eldijk – de juridische procedure van Vrijbit.

Deze DIS procedure betreft het beroep tegen de Beslissing op Bezwaar van de AP om niet handhavend op te willen treden tegen de onrechtmatige verzameling, verwerking en doorlevering van medische diagnose- en behandelgegevens (DBC’s) in het DIS, die reeds plaatsvindt vanaf 2006. In 2006 had het CBP (nu AP) al aangegeven dat het DIS geen tot personen herleidbare gegevens mocht bevatten. Door koppeling van data uit het DIS met in andere bestanden beschikbare gegevens bleken deze data wel degelijk herleid te kunnen worden tot concrete “personen van vlees en bloed”. Dat heeft inmiddels ook de NZa - waar het DIS sinds mei 2015 onder ressorteert - zelf moeten erkennen.

Op dit moment is – zoals gezegd – nog niet duidelijk wanneer dit Hoger beroep bij de RvS zal plaatsvinden. In deze procedure heeft de RvS na het falen in de toeslagen-affaire de kans te laten zien dat het opkomen voor fundamentele rechten en belangen van burgers tegenover het optreden van overheden haar primaire taak is. Wij hopen uiteraard dat de RvS deze kans zal benutten.

Lees hier meer over de opeenvolgende stappen in deze lang slepende en complexe juridische procedure van Vrijbit over het DIS tegen de AP.
In een KDVP nieuwsbericht (dd 4 april 2016) staat informatie over de hoorzitting welke op 15 maart 2016 bij de AP is gehouden naar aanleiding van het handhavingsverzoek dat Vrijbit in 2015 bij de AP heeft ingediend. In reactie op de afwijzende beslissing van de AP ten aanzien van dit handhavingsverzoek is Vrijbit in beroep gegaan. Hier kunt u het slotbetoog over het DIS vinden dat door de eisende partij is gepresenteerd in de rechtszitting op 15-2-2019.
In de tussen-uitspraak op 11-7-2017 in het beroep (zaaknummer UTR 16/4199 WBP V93) over het feit dat al jarenlang op onrechtmatige wijze gegevens door het DIS worden verwerkt heeft de rechtbank beslist dat AP de gelegenheid krijgt om ofwel de beslissing tot afwijzing van het handhavingsverzoek terug te draaien ofwel met een betere onderbouwing te komen tot afwijzing van het bewuste handhavingsverzoek van Vrijbit.
In een volgende rechtszitting bleek echter dat het onderzoek dat door de AP was gedaan ter onderbouwing van hun afwijzing van het handhavingsverzoek van Vrijbit ook nar het oordeel van de rechter in allerlei opzichten tekort schoot. Hoewel de rechtbank in haar uitspraak op 23-7-2019 een vernietigend oordeel over het rapport van de AP had geveld, heeft de rechtbank toch gemeend “de AP ermee weg te laten komen” ofwel de AP hoefde niet te handhaven. Daartegen is door Vrijbit weer Hoger Beroep aangetekend.
Nadat eerst de geplande rechtszitting op 2-11-2021 over dit Hoger Beroep werd afgelast – omdat de AP aan de RvS had aangegeven toch te gaan handhaven – heeft de AP op 16-12-2021 ineens weer aangekondigd dat zij hun oorspronkelijke besluit op gaan splitsen in een besluit tot handhaving tegen de Minister van VWS en een besluit om voor het overige alle verzoeken tot handhaving van de kant van Vrijbit af te wijzen. Hierop heeft Vrijbit schriftelijk aan de RvS laten weten dat de AP met deze nieuwe besluiten niet alleen voorbij gaat aan de bezwaren die door de rechtbank Midden-Nederland in haar uitspraak op 11-7-2017 zijn verwoord maar ook aan de kernbezwaren die in dit Hoger Beroep voorliggen.


Zie ook het artikel van Burgerrechtenvereniging Vrijbit dd 3-1-2022 getiteld: “Hoger Beroepszaak Vrijbit tegen AP over het DIS- Diagnose Informatie Systeem (DIS) getraineerd”.

Gepubliceerd: 09 januari 2022

In november 2021 deed de Raad van State een teleurstellende en onjuiste uitspraak in het Hoger Beroep van Vrijbit tegen de Autoriteit Persoonsgegevens over niet-legitieme regels en procedures van zorgverzekeraars bij de verwerking van medische persoonsgegevens; de belangen van burgers worden wederom – vergelijkbaar met de toeslagen affaire - ondergeschikt geacht aan de belangen van overheid en zorgverzekeraars.

Op 24 november 2021 heeft de Raad van State (RvS) het Hoger Beroep van Burgerrechtenvereniging Vrijbit (www.vrijbit.nl) tegen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over de Gedragscode Zorgverzekeraars ongegrond verklaard.

Het is onbegrijpelijk en teleurstellend dat de RvS het niet noodzakelijk heeft geacht om de AP aan te spreken op haar verantwoordelijkheid om de grootschalige verwerking van medische persoonsgegevens te doen stoppen waar deze verwerking al jaren – zoals is vastgesteld na de uitspraak van de rechtbank Amsterdam in 2013 – een niet-legitieme inbreuk vormt op fundamentele rechten van burgers, terwijl controle op rechtmatigheid en uitvoerbaarheid van wetgeving ten behoeve van burgers in onze rechtsstaat bij uitstek een taak is van de RvS.
Helaas moeten we dus constateren dat deze uitspraak wederom geen ontkrachting inhoudt van de argumentatie van de AP dat werkwijzen en procedures die door de rechtbank Amsterdam in strijd zijn bevonden met de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) – geen overtreding vormen waar de AP handhavend tegen zou moeten optreden.

Het is ook onbegrijpelijk dat de RvS van oordeel is dat voor de verwerking van medische persoonsgegevens door zorgverzekeraars geen specifieke doelen geformuleerd hoeven te worden, terwijl de rechtbank Amsterdam eerder heeft geoordeeld dat dit noodzakelijk is om “function creep” – namelijk dat informatie voor andere dan de oorspronkelijke doelen wordt gebruikt – te voorkomen en toetsing op
proportionaliteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid – hetgeen een vereiste is op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens – van de beoogde gegevensverwerking mogelijk te maken.

Tot slot is het ronduit treurig dat met deze uitspraak nog steeds wordt ontkend dat er geen adequate digitale declaratie procedure bestaat die kan worden gebruikt bij afgifte van een privacyverklaring, waarmee vervolgens effectief kan worden voorkomen dat diagnose-informatie aan zorgverzekeraars wordt aangeleverd en door hen verwerkt.

Zie voor uitgebreide informatie over dit Hoger beroep van Burgerrechtenvereniging Vrijbit het artikel op www.vrijbit.nl getiteld: “Uitspraak Hoger Beroep Vrijbit versus toezichthouder AP over de Gedragscode Zorgverzekeraars”.

De oorspronkelijk door de KDVP tegen de AP aangespannen juridische procedure over verwerking en gebruik van medische persoonsgegevens door zorgverzekeraars is wederom vertraagd aangezien de zitting die op 2-11-2021 over het Hoger Beroep van de KDVP tegen de AP zou plaatsvinden, is uitgesteld. Op dit moment is er nog geen nieuwe datum bekend gemaakt. Zie voor uitgebreide informatie over het ruim 8 jaar durende verloop van deze procedure van de KDVP onze nieuwsberichten van 12 maart, 6 oktober en 29 oktober 2021.